Het belang van dood hout ( deel 2)


auteur: Sonia De Keyzer

Dood hout en houtrot.

Dood, rottend hout en veteraanbomen zijn uitermate belangrijke bouwstenen van het bosecosysteem, heel wat soorten zijn er op een andere manier van afhankelijk. Rottend hout is bovendien een onmisbare schakel in de koolstof- en mineralenkringlopen. In relatief jonge en beheerde bossen ontbreken veteraanbomen en is vaak ook maar een beperkte voorraad en beperkte diversiteit van dood en rottend hout aanwezig.

Hun aanwezigheid wordt vaak aanzien als rommelig en onverzorgd. Toch moet men ernaar streven om ook in beheerde bossen veteraanbomen, dood en rottend hout een plaats te geven. In een proper en opgekuist bos valt nu eenmaal niets te beleven.

De levenscyclus van bomen.

Bomen doorlopen verschillende levensfases. Een jonge boom investeert eerst in zijn lengtegroei en later in zijn diktegroei. Bij een volwassen boom worden takken en bladeren continu vervangen, maar blijft de kroon ongeveer even groot, de boom heeft nu zijn maximale afmetingen bereikt, wel wordt de stam steeds dikker. Afhankelijk van de boomsoort kan deze face tientallen jaren of zelfs honderden jaren duren. Als de boom op een gegeven moment zijn kroon niet meer kan voorzien van voldoende water en mineralen gaat hij op zoek naar een nieuw evenwicht. Takken in de buitenkroon sterven af en de boom begint dan aan de veteranen fase van zijn leven, de boom gaat niet onmiddellijk dood. Deze laatste levensfase kan zelfs de langste zijn in het leven van een boom en kan opnieuw tientallen of honderden jaren duren. Net nu in deze laatste levensfase wordt een boom ecologisch uitermate interessant. Door de aanwezigheid van dood hout, groeit de biodiversiteit en als de boom uiteindelijk toch sterft, blijft zijn rottende stam een waardevolle biotoop vormen.

Veteraanbomen zijn noodzakelijk in een bos en verwar de levensverwachting van een boom niet met de economische kaprijpheid. Een eik wordt als kaprijp gezien op 150 jaar, maar als je hem ongemoeid laat kan hij meer dan 1000 jaar oud worden.

De waarde van dood en rottend hout.

Dood en rottend hout zijn een voedselbron voor vele micro-organismen en ongewervelden en vormt zo een uitzonderlijke schakel in het voedselweb van het bosecosysteem. Soms speelt slechts een deel van de levenscyclus zich af in of rond het rottende hout. Dat is bijvoorbeeld het geval bij vele doodhoutkevers, van wie de larven in het dode hout leven, maar de volwassen dieren van nectar leven.

Ook holenbroeders (meestal vogels die in holen broeden. Hieronder vallen de spechten en vogels die een reeds aanwezig hol gebruiken zoals uilen, kauwen, boomklevers, spreeuwen en veel soorten mezen) en zoogdieren als vleermuizen en boommarters kunnen levende veteraanbomen en dode bomen als schuilplaats gebruiken. Zij zijn vooral aangewezen op boomholtes die ontstaan als gevolg van houtrot. Vele schimmels en korstmossen hebben een duidelijke voorkeur voor veteraanbomen.

Diversiteit en continuïteit.

Dood hout is natuurlijk niet statisch, naarmate het verder verteert, ontstaat steeds weer een andere biotoop. Die successie in rottingsstadia brengt ook een successie in soorten opgang. Pioniers koloniseren heel snel dood hout, terwijl andere soorten pas helemaal op het einde verschijnen, als al het rottend hout bijna niet meer als dusdanig te herkennen is. Maar ook andere factoren spelen een rol, sommige organismen hebben een voorkeur voor staand dood hout, andere voor liggend dood hout. Sommige leven enkel in rottend hout in levende bomen. Ook het formaat speelt een rol, zware dode stammen leveren niet hetzelfde biotoop op als takhout en ook de omstandigheden zijn belangrijk, nat of droog, beschaduwd of verwarmd door de zon……

Daarnaast is continuïteit ook belangrijk, er moet van elk type dood en rottend hout een min of meer constant aanbod zijn in de tijd. Een soort die geassocieerd is met een specifiek verteringsstadium moet steeds opnieuw een geschikt habitat vinden. Veel soorten zijn ook niet zo mobiel, het geschikte dood hout moet in de onmiddellijke omgeving beschikbaar zijn. De ideale situatie is een mozaïek van verschillende types dood en rottend hout. In een natuurlijk bos zorgen spontane processen voor een continue aanvoer van dood hout, windval, veroudering, concurrentie….

Het aandeel dood hout opkrikken.

Veteraanbomen kunnen er natuurlijk maar op 1 manier komen: door te wachten en ze niet om te zagen.

Bomen die natuurlijk aftakelen hebben een hogere ecologische waarde dan bomen die ineens sterven, zo komen sommige schimmels enkel voor in bomen die natuurlijk afzwakken en geleidelijk afsterven. Naarmate het proces verloopt, zullen op 1 boom verschillende aftakeling stadia voorkomen, waardoor het aantal geassocieerde organismen kan toenemen.

Een manier om het aandeel dood hout snel omhoog te krijgen is door bomen te ringen. Bomen vellen kan voor dood liggend hout en men kan windval nabootsen door bomen om te duwen. Hiermee krijg je nog interessante biotopen in de rechtopstaande kluiten en de bijhorende kuilen.

bron:   www.ecopedia.be/pagina/dood-hout-en-houtrot

.