Veteraanbomen


Auteur: Sonia de Keyser

Om maar met een cliché te openen. Dood hout brengt leven in het bos, daar moet niemand nog van overtuigd worden. Veel minder aandacht is er voor levende oude bomen. Toch zijn net die veteraanbomen ecologisch vaak waardevoller dan dood hout. Ze spelen een sleutelrol in de biodiversiteit omdat ze een rijk en vaak ook gespecialiseerd ecosysteem ondersteunen.

Zeldzame, Europees beschermde keversoorten, ook bepaalde korstmossen en schimmels leven enkel in of op levende (holle) bomen. Ook boom-wonende vleermuizen vinden een dode boom heel wat minder interessant dan een levende.

Voor een beheerder is dood hout nog enigszins vatbaar en beheersbaar, je streeft naar x aantal kubiek meter dood hout per hectare en door enkele dode bomen in het bos te laten liggen of staan kun je de hoeveelheid dood hout op korte termijn opkrikken. Moeilijker wordt het als het gaat over veteraanbomen. Die creëer je niet zomaar en als ze er al zijn, is hun beheer en dat van de soorten die ermee samenleven niet evident.

Wat is een veteraanboom?

Het is moeilijk om een eenduidige definitie te plakken op veteraanbomen, er zijn verschillende benaderingen mogelijk. Een belangrijke misvatting is dat het steeds om zeer oude of heel dikke bomen moet gaan. Veel veteraanbomen in Vlaanderen zijn bijvoorbeeld oude fruit- of knotbomen van amper 100 jaar oud.

Belangrijker dan de leeftijd of omvang zijn de kenmerken die een veteraanboom ecologisch zo interessant maken: een holle stam, kleine en grote holtes in de stam, takken stamvoet, allerlei (hout)schimmels, zwaar dood hout in de kroon, spleten en scheuren in stam en takken……allemaal kenmerken die geassocieerd zijn met bomen die over hun hoogtepunt heen zijn en in hun laatste levensfase aanbeland zijn, namelijk de aftakelingsfase.

Laat je niet misleiden door deze ietwat negatieve benaming, bomen in aftakelingsfase zijn allesbehalve stervend. Ze streven naar een nieuw evenwicht tussen de kroon, de aftakelende wortels en uithollende stam. Dergelijke veteraanbomen kunnen nog tientallen tot honderden jaren verder leven.

Natuurlijke processen bij veteraanbomen

Het natuurlijke aftakelingsproces bij bomen gaat doorgaans gepaard met een natuurlijke kroonreductie en tot vorming van een secundaire kroon.

De buitenkroon sterft geleidelijk aan af en wordt vervangen door nieuwe takken in de binnenkroon of op de stam. De nieuwe takken ontstaan uit de slapende knoppen of adventieknoppen, ook wel waterlot genoemd. Voor de productie van kwaliteitshout absoluut ongewenst, maar voor een oude boom absoluut noodzakelijk om verder te kunnen leven. Het spreekt voor zich dat zo’n kroonreductie in een klassiek opgaand bos geen evident verhaal is. Omwille van lichtgebrek door de concurrentie met zijn buren, kan een veteraanboom niet al te laag worden.

Waar vind je veteraanbomen?

Veteraanbomen kom je zowat overal in het landschap tegen. In Vlaanderen staan ze in meer open landschappen, oude knotbomen en houtkanten, hoogstam boomgaarden…Elders in Europa vindt je ze vaak terug in bosweiden, halfopen landschappen met vrij uitgroeiende bomen of knotbomen waaronder al dan niet intensief beweid wordt.

Onder meer omwille van het relatief intense landgebruik sinds de middeleeuwen zijn dergelijke landschappen in Vlaanderen nooit een vertrouwd beeld geweest. Ook in onze bossen komen al sinds de middeleeuwen weinig dikke oude bomen voor. Noch in historisch hakhout, noch in het latere ‘klassieke’ hooghout beheer hadden veteraanbomen een plek.

De laatste decennia is er wel een verhoogde aandacht voor oude bomen in het bos, waardoor ze nu steeds meer voorkomen. In het Vlaamse gedeelte van het Zoniënwoud zijn er bijvoorbeeld al meer dan 7000 bomen dikker dan een meter geteld. In de meeste gevallen gaat het om bomen die nog niet in de aftakelingsfase zijn gekomen, al zijn het wel potentiële veteraanbomen voor de toekomst.

In Klein-Brabant vind je in het Hof van Coolhem een oude beuk die we toch wel al als veteraanboom kunnen bestempelen. Maar er zijn ook heel veel wilgen in de streek die aan de beschrijving van een veteraanboom voldoen.

Houtschimmels

De rol die houtschimmels spelen in dit verhaal is zeer interessant. Houtschimmels die in levende bomen leven hebben vaak hun imago tegen, ze worden vaak onder de noemer ‘parasiet’ gerangschikt. Niet altijd terecht. Soorten als zwavelzwam en biefstukzwam, kenmerkende soorten voor veteraaneiken, houden zich ver van het levende hout en rotten enkel het fysiologisch dode kernhout weg, ook in levende bomen. Strikt genomen zijn het saprofyten, organismen die leven op dood organisch materiaal.

Bekijk het even vanuit het standpunt van zo’n oude boom. Doorheen de eeuwen heeft die een gigantische massa hout opgebouwd, waarvan het overgrote deel fysiologisch niet langer functioneel is. Bovendien kunnen de wortels de enorme kroon niet langer onderhouden, waardoor die geleidelijk aan afsterft. Dikke bomen hebben bovendien die intacte houtcilinder helemaal niet nodig voor de stevigheid, een holle buis voldoet ruimschoots.

De zwavelzwam wordt op dat ogenblik een bondgenoot in de zoektocht naar een nieuw evenwicht tussen kroon, stam en wortels. Hij zorgt ervoor dat de schat aan opgeslagen voedingsstoffen in de stam gerecycleerd wordt. Veteraanbomen vormen vaak zelf wortels in het vermolmde hout in de stam (ze recycleren met behulp van de schimmel als het ware zichzelf). In dezelfde beweging raakt de boom ook verlost van zijn niet langer functionele zware gesteltakken.

Resultaat een korte, dikke, holle boom met een compacte nieuwe kroon die er weer enkele eeuwen tegenaan kan.

Zwavelzwam
Biefstukzwam

Besluit

Veteraanbomen spelen, meer nog dan dood hout, een cruciale rol in het behoud van de biodiversiteit. Ze ondersteunen een levensgemeenschap met heel war zeldzame gespecialiseerde soorten.

Bronnen

https://edepot.wur.nl/357367