Nachtelijk gefladder en gewriemel in het Arboretum


Auteur: Hedwige Hofmans

Een wegwijzer langs de Hof Ten Berglaan tussen Puurs en Liezele geeft de richting aan naar dat mysterieuze, afgesloten domein dat zo fier als ‘Arboretum’ wordt benoemd.  Wat valt daar te beleven in dat ingeslapen parkje vol exotische bewoners?  Als je er in de lente langs wandelt, kan je een glimp opvangen van de kleurige bloesems van diverse bomen, wiens naam we alleen maar kunnen raden.  In het najaar een even mooie kleurenpracht van al die exoten in herfsttooi.

Maar heeft al die uitheemse schoonheid ook een speciale aantrekkingskracht voor vlinders, bijen, zweefvliegen en zoveel andere kriebelbeestjes?  Of zouden we er misschien zelfs andere soorten insecten aantreffen dan buiten het domein?   Veel vragen, weinig antwoorden.  Schoorvoetend op (mini-)onderzoek dan maar. 

In de zomer van 2024 begin ik aan mijn queeste, gewapend met een fototoestel en een nachtvlinderval.  Zo vaak mogelijk ga ik overdag een wandelingetje door het gebied maken, speurend naar twee, vier-, zes-, acht- of meerpotig gedierte.  Als de weerman of weervrouw een regenloze nacht voorspelt, plaats ik ’s avonds de nachtvlinderval en de volgende ochtend haal ik de val leeg om de beestjes weer vrij te laten, nadat ze zich, met of tegen hun zin, hebben laten fotograferen.  Na enig old school-zoekwerk in naslagwerken en dankzij de onovertroffen diensten van ‘Obsidentify’ belanden de meeste beestjes, althans hun alter ego op foto, en op de onvolprezen website www.waarnemingen.be

Periode van 15 juni 2024 tot 31 oktober 2025

Resultaat van 12 nachten met een nachtvlinderval:  114 soorten nachtvlinders uit 20 verschillende nachtvlinderfamilies.  Daarvan kregen slechts 2 soorten de vermelding ‘zeldzaam’.  Zo exotisch ging het er dus niet aan toe tussen al die uitheemse flora.

Sommige van de nachtvlinderbeestjes hebben een redelijk ordinaire naam: vuurmot, gewone grasmot, en zelfs ‘huismoeder’ ( zowel de mannetjes als de vrouwtjes heten ‘huismoeder’, ’s nachts rondfladderende huisvaders blijken officieel niet te bestaan).

Andere nachtvlinders werden bedacht met namen die eerder dictieoefeningen zijn of die klinkende overwinningen opleveren bij het scrabbelen: kardinaalsmutsstippelmot, rode knopbladroller, gepijlde micro-uil, distelknoopvlekje, zwartkamdwergspanner (om de wetenschappelijke namen dan nog buiten beschouwing te laten).

Ter vergelijking: in dezelfde periode heb ik overdag slechts 9 soorten dagvlinders uit slechts 3 families kunnen duiden. En daar zaten geen speciale soorten bij.  Op zich is dat verschil in aantal vondsten niet zo verbazend.  In België kan je slechts  112 soorten dagvlinders vinden (waarvan een aantal enkel in Wallonië) terwijl  er ongeveer 2500 soorten nachtvlinders rondspoken in België.  Bovendien zijn de dag waarnemingen eerder kortstondig, de duurtijd van ‘a walk in the park’, terwijl de nachtvlindervallen gedurende zowat 10 uur op hun tijdelijke, nachtelijke gasten staan te wachten. 

Om het boeiend te houden: niet alle vlinders die je overdag ziet ronddartelen zijn dagvlinders.  Er zijn immers ook een behoorlijk aantal dagactieve nachtvlinders! En

om het helemaal boeiend te houden kan je vlinders observeren in hun verschillende ontwikkelingsstadia: ei, rups, cocon, imago…

Om te bewijzen dat nachtvlinders niet allemaal vieze bruine beestjes zijn, hierbij een paar foto’s van beestjes die toch echt wel te mooi zijn om doodgeklopt te worden !

Gele agaatspanner

Witte grijsbandspanner

Rozenblaadje

Spaanse vlag

Groot avondrood (imago = volgroeid exemplaar)

By the way:

In de nachtvlinderval belanden niet alleen nachtvlinders.  Ook andere beestjes worden aangetrokken door het blauwige licht van de LED-lamp.  Zo vind ik heel wat nieuwsgierige kevers, wantsen, cicaden en spinnen terug in de bak.  Die komen ook allemaal op www.waarnemingen.be terecht.

Hedwig Hofmans