Libellengenot in het voorjaar


bruine winterjuffer in Gebuispolder – Ruisbroek

Auteur: Nils Meeus

Je bent ze misschien al tegengekomen op één van je coronawandelingen of aan de vijver in je tuin! Het zijn de eerste generaties libellen die met behulp van een stralende lentezon het luchtruim heroveren. Onze gidsen zagen reeds vuurjuffers in Achterweert en een platbuik in de Polder van Bree. De Bruine Korenbout, het zeldzamere neefje van de platbuik, zagen we uitzonderlijk vroeg in het jaar op 27 maart reeds genieten van het zonnetje in Tekbroek. Doordat Klein-Brabant rijk is aan wielen, grachten en rivieren is het de ideale plaats voor heel wat soorten juffers en libellen. Het overgrote deel van hun leven speelt zich dan ook af aan of in het water. Tijd om deze groep eens van nader te bekijken!

Bruine korenbout in Tekbroek Puurs

Libellen worden onderverdeeld in twee subordes. Enerzijds hebben we de juffers die meestal fijner zijn van gestalte en de vleugels sluiten in rust. Aan de andere kant hebben we de echte libellen die forser gebouwd zijn en hun vleugels spreiden in rust. (Zoals te zien is op bovenstaande foto.)

Bijna alle libellen, buiten de bruine winterjuffer, overwinteren als larve of als ei in het water. Ze brengen het grootste deel van hun leven door als larve: meestal één of twee jaar en soms wel drie tot bijna vijf jaar! Hierbij vervellen ze meerdere malen tot ze klaar zijn om op gepaste tijd het water te verlaten. Eens uit het water volgt het uitsluipen waarbij het larvenhuidje openbarst en de libel in zijn min of meer volwassen vorm, voor de eerste keer het leven ziet. Wie goed zoekt aan de rietstengels langs het water vindt met wat geluk nog een achtergebleven larvenhuidje.

Nadat libellen zijn uitgeslopen hebben ze nog enkele uren nodig om uit te harden en duurt het nog enkele dagen vooraleer ze volledig zijn uitgekleurd. Dit is goed te zien op de volgende foto van een platbuik in de Polder van Bree te Ruisbroek. Het achterlijf, buiten de gele vlakken aan de zijkant, zal nog volledig blauw kleuren.

Platbuik – Polder van Bree Ruisbroek

Nadat libellen zijn uitgevlogen is het zaak om zo snel mogelijk op jacht te gaan. Ze moeten zich immers voldoende aansterken vooraleer ze kunnen paren met een vrouwtje. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten die ze uit de lucht grijpen. Sommige soorten vliegen heel de tijd rond tijdens de jacht, andere jagen steeds vanuit een vaste uitkijkpost. In deze levensfase kunnen sommige soorten wel eens verder weg van het water te vinden zijn.

Wanneer ze geslachtsrijp zijn keren ze uiteindelijk terug naar het water om een vrouwtje aan de haak te slaan en dat mag je bij een libel vrij letterlijk nemen! Aan het uiteinde van het achterlijf van het mannetje bevinden zich immers twee aanhangsels waarmee hij een vrouwtje bij de nek kan grijpen. Uniek bij libellen is dat het mannetje twee geslachtsorganen heeft. Één voor de productie van het zaad en een tweede waar het vrouwtje het zaad kan opnemen. Hiervoor vormen ze het wel gekende paringswiel.

Paringswiel vuurjuffer

Het mannetje houdt het vrouwtje vast bij de nek en het vrouwtje brengt vervolgens het uiteinde van haar lichaam naar het secundaire geslachtsorgaan van het mannetje om het zaad op te nemen.

Bron: http://roy-fotos.blogspot.com/2013/06/paringswiel-vuurjuffer.html

Aangezien de eitjes pas bevrucht worden bij het leggen en andere mannetjes sperma van een voorganger kunnen verwijderen, blijven mannetjes bij sommige soorten hun partner vasthouden tot dat alle eitjes zijn gelegd. (Zie onderstaande foto) Andere soorten laten het vrouwtje alleen of blijven boven het vrouwtje waken tijdens de ei afzetting.

Ei afzetting vuurjuffers in Achterweert

Dit vuurjufferswijfje legt haar eitjes met een legboor in plantenstengels die drijven op het water. Elke soort heeft zo zijn eigen specifieke plaats voor het afzetten van eitjes. Dit kan zijn in planten zoals bij de vuurjuffer maar het kan ook los in het water of in een tijdelijk uitgedroogde poel of beek.

Na de voortplanting komen de meeste libellen vrij snel tot hun einde. Maar ondertussen zijn onze beken en poelen wel weer goed voorzien van eitjes en jagende larven die zich klaar stomen om op hun beurt uit het water te treden en te zorgen voor een nieuwe generatie van deze fraaie en oeroude insectenorde.

Enkele tips en weetjes:

  • In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, kunnen libellen niet bijten of steken.
  • De soorten die men nu in het voorjaar aantreft zijn soorten waarvan de larven in de winter reeds volgroeid zijn. De meeste soorten sluipen echter pas uit in de zomer en waren tijdens de winter nog maar weinig ontwikkeld of nog in de ei fase.
  • De bruine korenbout is een soort die vrij zeldzaam is in België maar in Klein-Brabant vrij algemeen voorkomt.
  • In Klein-Brabant heeft men het voorbije decennia ongeveer 40 verschillende soorten libellen waargenomen.
  • Wil je zelf graag meer leren over libellen? Dan raden wij het boek libellen van Europa aan, dat in onze literatuurlijst staat op de website. Het beste moment om op zoek te gaan naar libellen is rond de middag op een zonnige dag.