De herfst van onze Mycoclub


Auteur: Lieve Willaert

Met achttien mycofielen, zeg maar gerust vrienden van de paddenstoel, gingen we zeven zaterdagen op stap telkens in een ander natuurgebied in Klein-Brabant en omstreken. Uitgerust met een loepje, spiegeltje, witte zakdoekjes om sporenpoeder op te vangen en de sleutel van Hans Vermeulen vertrokken we allemaal als een echte Sherlock Holmes.

De eerste wandeling vond plaats in Branst bos en op de heide. Eind september en nog vrij droog dacht ik dat er nog niet te veel te vinden zou zijn. Maar onder de deskundige leiding van Frans en met  al die speurende ogen kwamen we al snel aan achttien verschillende soorten.

De franjeporiezwam (Polyporus tuberaster) vond ik zelf een mooie. Die leeft op dood hout en heeft gele myceliumdraden. De hoed is bleekbruin, geschubd en komvormig. De buisjes aan de onderkant kleuren mooi wit. De zwam maakt soms bij gunstige omstandigheden een ondergronds knol die de grootte van een voetbal kan hebben. Een oud volksverhaal  zegt dat de knol zich ontwikkelt waar een lynx zijn territorium markeerde met urine. Hier geen lynx en geen knol dus.

Begin oktober werd onze wandeling in park d’ Ursel  noodgedwongen uitgesteld door storm Amy.

Op 11 oktober trokken we samen naar Hof te Melis in Lippelo. Dit is een heus paddenstoelenparadijs. Met dank aan Siegfried die er voor zorgde dat we er mochten komen speuren. Met dank ook aan Hans Vermeulen die er weer een topdag van maakte met veel weetjes en info ! We kwamen aan 73 verschillende soorten. Ik kies er voor elke wandeling telkens eentje uit dat ik zelf bijzonder vind.

En deze keer is het de prachtvlamhoed (Gymnopilus junonius)  Een algemene paddenstoel met een prachtige naam, toch ? Het is dan ook een mooie opvallende oranje gele paddenstoel met een geringd steeltje. Het hoedje en de onderkant van het steeltje is vezelig. De plaatjes en de sporen zijn roestbruin. Prachtvlamhoed groeit op dood hout.

Op 18 oktober was het beurt aan Vera om ons te gidsen in Blaasveld Broek. Ik was er zelf niet bij die dag maar op waarnemingen kan je al onze vondsten terugvinden als je de datum en de plaats in tikt!

Als voorbeeld koos ik de vrij veel voorkomende parelstuifzwam (Lycoperdon perlatum). Het is een mooie witte stuifzwam in de vorm van een omgekeerd peer. Op de hoed en de steel zitten witte wratjes die je makkelijk kan wegwrijven. Het zijn velumresten. Als  het vruchtlichaam rijp wordt, verkleurt het bruin en komt er boven een gaatje waarlangs de sporen kunnen ontsnappen.

Op 25 oktober was het de beurt aan Annemie om samen Buggenhout bos te verkennen. 59 verschillende soorten hebben we toen gespot. Het paddenstoelseizoen is volop aan de gang. Het wandelen gaat steeds trager en trager want er is zo veel te zien op een korte afstand.

Als voorbeeldje uit Buggenhout neem ik het mooie en zeldzame gewoon vuurzwammetje (Hygrocybe miniata) . Het is een indicator van heischrale graslanden. Ook dit biotoop is terug te vinden in Buggenhout bos. Het vuurzwammetje is familie van de wasplaten en voelt wasachtig aan. Ze zijn klein, maar vallen op door hun felrode kleur van zowel het hoedje als de steel.

Op Allerheiligen bezochten we de kleiputten van Terhagen, met Vera en Frans als gidsen. 43 verschillende soorten heb ik toen geteld . We vertrokken aan de ingang van de oude steenbakkerij De Beukelaer en bezochten eigenlijk het bos van Terhagen. De kleiputten liggen iets verder.

Een specialeken hier was de baardige melkzwam ( Lactarius torminosus) Het is een zeldzame soort die in symbiose leeft met berken of beuken, bij voorkeur op los zand. Symbiose is een manier van samenleven tussen twee organisme. Hier de zwam en de boom. De boom deelt suikers met de paddenstoel in ruil voor water en mineralen. De hoed van de baardige melkzwam is trechtervormig, rozige tot gelige van kleur en  vaak met donkere vlekken. De rand is ingerold en wat harig/wollig, zodat er een soort franje ontstaat. De plaatjes zijn wit maar verkleuren oranje bij het ouder worden. Bij kneuzing verschijnt er een wit sap.

Op 8 november gingen we op stap bij onze buren in het Waasland en bezochten we het fort van Steendorp. Frans begeleidde de wandeling. In wat ooit dienst deed al een bruggenhoofd voor de verdediging van Antwerpen, vonden we  35 verschillende  soorten paddenstoelen.

Hier wil ik het hebben over de gewone fopzwam (Laccaria laccata). Deze is symbiont met eiken, beuken … De hoed is uitgestrekt, in het midden vezelig en roomkleurig en aan de randen beige met lichtbruine fijne streepjes. De plaatjes zijn roze en de sporen wit, een typisch kenmerk voor fopzwammen. In het midden van één van de hoedjes  zit er in het centrum een kransje van naar boven gerichte plaatjes. Dit fenomeen zou worden veroorzaakt door een soort  paddenstoelmug. De eieren van de mug worden afgezet in het vlees van de hoed van de fopzwam. De larven zetten de paddenstoel aan om een soort nestje, kamertje, voor hen te voorzien (een beetje zoals bij gallen op boombladeren).

Wat is de natuur toch wonderlijk…

En toen werd er beslist om toch nog even door te gaan en de wandeling in park d’ Ursel in te halen op 15 november. Ook deze keer moest ik verstek geven. 39 soorten werden er gevonden.

Mijn aandacht in het verslag van Hedwige ging naar de bleekgele bundelzwam (Pholiota gummosa)  . Een zevental paddenstoelen in een bundeltje, in verschillende ontwikkelingsstadia. De hoedjes zijn vuilwit met in het centrum gelige, bruinige vlekken. De plaatjes zijn bleek maar de sporen kleuren bruin. De steel is bleekbeige maar onderaan donkerder, eerder roestbruin. Het is een saprofyt die groeit op dood hout of boomwortels.

Daarmee kwam er een einde aan onze vruchtbare paddenstoelenherfst. Dat we ons werk ernstig nemen is ook Natuurpunt Studie opgevallen. Ondertussen werden we een heuse studiewerkgroep.

Met dank aan Frans de stichter en voortrekker van onze Mycoclub. Bedankt ook Hedwige voor al je prachtige verslagen. Bedankt Ilse en alle anderen voor de veel en mooie foto’s. Bedankt aan al de gidsen die de gebieden telkens op voorhand gingen verkennen en hun kennis met ons deelden . Bedankt alle Mycoclub leden voor de vriendschap die ik mocht ondervinden.

Momenteel bereiden we al volop ons vierde seizoen voor. Bij leven en welzijn, allemaal graag terug welkom op de Mycoclub herfst  2026!