
Wantsen en sprinkhanen verpoppen niet maar groeien van klein naar groot.
Kevers daarentegen wel en komen dus in de wereld op ware grootte.
Bijen,wespen en kevers hebben 4 vleugels. Vliegen en muggen maar 2.
Zegges hebben een driehoekige stam
Vanaf de 16e eeuw begon men namen aan planten en dieren te geven. Het is pas sinds de 18e eeuw dat de Zweed Carl von Lineus het binaire systeem heeft uitgevonden en een zekere nomenclatuur ingevoerd: het genus plus de soort en eventueel nog de naam van de eerste beschrijver of ontdekker. Tegenwoordig doet men het niet meer. Het is dus niet de moeite om een of ander dier of plant te ontdekken want je naam komt toch niet meer op de nomenclatuur.
Beuken hebben soms vorstscheuren aan de noordkant. Wanneer het hevig bliksemt dan kan men rustig onder een beuk gaan staan want het Opperwezen beschermt de beuk omdat het kruis van Christus was vervaardigd van beuk. De Duitsers hebben een rijmpje over het gevaar van bliksem in ‘t bos: Eichen soll mann weichen Buchen soll mann suchen. ( Eiken moet men ontwijken en beuken moet je zoeken) . Ik neem het zekere voor het onzekere en ik blijf uit het bos als het onweert, dondert en bliksemt.
Vroeger had men de tamme kastanje die we konden opeten en nog steeds uiteraard maar men had ook de wilde kastanje. Aangezien men die aan drachtige merries gaf in de hoop een mooi veulen te kunnen krijgen heeft men de naam veranderd naar paardenkastanje.
Sommige padden hebben klieren achter het oog die gif kunnen spuiten.

Kikkers hebben eitjes in de vorm van kikkerdril en de padden hebben een snoer met eitjes. Wanneer de eitjes door het vrouwtje worden gelegd dan sproeit het mannetje zijn zaad erover voor de bevruchting.

De bruine kikker overwintert in het slijk, de groene kikker in het water. De padden verschuilen zich in de bladeren of in houtmijten. Ze ademen door de huid. Daarom is het zo belangrijk, wanneer men een kikker vastneemt, de handen goed nat te maken zodat men de poriën in de huid niet beschadigt. Beter nog: laat ze zitten en bewonder ze op de grond of in ‘t water. En opgelet dames: vooral niet kussen want er komt toch geen prins uit!
De linde was één van de lievelingsbomen van Freya, de godin van de wellust, begeerte, trouw en de liefde. Daarom werd er vroeger onder de linde getrouwd. Onder de linden werd trouwens ook recht gesproken. De lisdodde bestaat uit een mannelijk deel bovenaan, met het stuifmeel, en het vrouwelijke bruine deel onderaan met de stampertjes.
Signaalprikkel: Het opensperren van de bek van de jongen prikkelt de ouders om voedsel te geven.
De zilverreiger zoekt eten en gaat al wadend door het water. De blauwe reiger staat stil aan de kant en wacht tot er een vis voorbij zwemt. De kluut maait met zijn bek heen en weer om het voedsel te zeven. Wie zal er het meeste voordeel halen? De bek wijst naar boven.

En ze zeggen toch dat een vliegende kraai meer ophaalt dan een zittende?
Als je gaat wandelen met een natuurgids en je ontdekt een plant of een diertje breng ze dan niet naar de gids maar breng de gids er naar toe.
